Het houtvuuravontuur  gepost; donderdag 25 maart 2010 13:23

Het is nu week 7, komt veel te kort naar men zin maar goed. Al van zondagavond heb ik hier geen elektriciteit meer. Ik dacht aan een korte stroompanne, zoals dat hier wel meer voorkomt voor een paar uur. Maar nu (donderdag) is het nog maar sinds vanmiddag in orde heb ik vernomen. Ze waren blijkbaar een beetje vergeten hun rekening te betalen. Alsof dat nog niet genoeg was heb ik ook heel zondag geen water gehad, alsook gisteren. Dat sluiten ze hier blijkbaar ook af en toe eens af, ongelofelijk gewoon. Zondagavond was het nog niet zo’n probleem, omdat we met zen allen hadden afgesproken (dus ook met Jan en Maarten, de twee groenjongens die nu in Golden Gate Memorial School verblijven) om te gaan eten bij het gastgezin waar de meisjes nu wonen. Een traditionele maaltijd, Nsima met Relish. De Relish was gemaakt van gebakken ajuin, tomaat, gekookte pompoenbladeren en fijngemalen pindanoten. Zeer lekker, echt, ik ben niet gek van de traditionele kost, maar dit was echt lekker. Zelfs de meisjes hebben er goed van gegeten, en dat zijn absoluut geen Nsimafans. Maar dus maandag al ik van het werk kwam was er nog steeds geen elektriciteit. Omdat het al veel te laat was, en ik geen vuur ik huis heb (geen roker, dus geen aansteker of lucifers …) kon ik hier ook weinig uitrichten. Een geluk heeft mijn gsm een leeslampje en een wreed goeie batterij. Dus heb ik hier die avond bijna anderhalve boek uitgelezen, wat moet een mens doen zonder elektriciteit op een broeierig hete avond. Maar mijn eten moet ik ook koken op een elektrisch vuur, dus dat was wel een probleem. Mijn nachtwakers kwamen vragen om wat geld voor vis, en dan had ik de ingeving om hen voor mij wat extra te laten meebrengen en mij een goede Nsima met vis en groenten te laten maken. Voor 300K (€1,3) een vol bord vis en relish, en 4 dikke bollen Nsima. Komt ongeveer neer op een kleine kom aardappelpuree voor 1 persoon. Dat kreeg ik uiteraard niet op, maar mijn nachtwakers waren zeer tevreden met de extra’s die overbleven. Ook al eten die het dubbele van wat ik eet, er kan altijd nog wat bij. Maar ik had nooit gedacht dat het zo lekker zou zijn. En ik heb ook geen buikproblemen gehad, dus dik in orde. Dinsdag was ik dan slimmer geweest, omdat er nog steeds geen elektriciteit was (tot dan toe had nog niemand mij verteld dat hij afgesloten was, al had ik wel een licht vermoeden). Toch maar een paar kaarsen en lucifers gaan kopen. Omdat ik geen zin heb om iedere avond Nsima met vis te gaan eten en mijn nachtwakers lastig te vallen, had ik zelf wat hout gaan sprokkelen, een paar bakstenen van de hoop genomen en mij een rasecht houtvuur gemaakt. Een beetje papier, wat droge bladeren en een stapeltje gesprokkelde takken en het ging vlotjes. Pasta koken in tien minuten, en gebakken groenten in een klein halfuurtje. En nog 6 liter water kunnen koken ook, wel niet te drinken heb ik achteraf gemerkt. Door het rondvliegende roet geeft dat een nogal vettig smaakje aan het water. Dat was dus ook een probleem, aangezien ik meestal een waterkoker gebruik, en die zonder elektriciteit vrij waardeloos is. En ik heb hier wel altijd 10l water in voorraad, maar geloof mij, zeker als er bezoek komt is dat heel erg snel op. Dus ik zit al zonder gekookt water sinds dinsdagavond. Sinds woensdag heb ik dan maar beslist gewoon kraantjeswater te drinken, ik zal het wel zien als ik er een nacht last van heb. Maar het water is hier zeer hard ontsmet met chloor, wat het dus wel vrij veilig maakt om te drinken. Ik heb tot nu toe nog geen problemen ondervonden, dus ik denk wel dat het geen probleem is het water hier te drinken. Toch zeker voor mijn goed gestel. Wat erger is, is mijn hoest die nu al dagenlang blijft duren. Maar dus woensdag nog steeds geen elektriciteit, dus alweer een houtvuurtje gemaakt, dit keer ging het makkelijker, aangezien er nog houtskool van de verbrande takken van gisteren was. Vandaag rijst met een saus van gebakken ajuin, wortel, paprika, pepers en tomaat. Wel twee dagen vegetarisch, maar fameus goed gegeten. En het is best nog wel gezellig bij het vuur zitten bij valavond. En ook de muggen zijn een heel pak minder irritant nu het licht niet werkt. Ik doe al twee dagen geen muggenmelk meer op, en geen enkele beet. Zelfs geen mug gehoord! Waarschijnlijk hebben die het niet zo op de wolken roet die van mijn vuur komen. Eat that, stomme muggen! Vandaag is het dus donderdag, en ik heb vernomen dat de elektriciteit terug is. Morgen is het onze laatste stagedag al (ja we staan een week voorop omdat we redelijk veel uren gedaan hebben in onze eerste weken). En mij hoor je niet klagen, ik ben het echt beu nu. Er zijn teveel kinderen voor onze ogen, bij sommige in onze armen, gestorven om goed te zijn. Men voert vaak technieken helemaal fout uit, wat het leven kost aan veel kinderen. We vroegen ons gisteren nog af wat nu het aantal doden zou zijn per dag in dit ziekenhuis. Op de kinderafdelingen alleen sterven ongeveer 10-20 kinderen per dag! Ongelofelijk als je dan hoort dat zelfs intensieve diensten in België dit getal per jaar maar halen. Het ergste is dat wanneer je een techniek juist uitvoert, zoals een reanimatie, de verpleegkundigen het overnemen op een volledig foute manier. Je kan het ze ook moeilijk wijsmaken waarom het niet juist is wat ze doen. Ze hebben het wel altijd zo aangeleerd. Onder andere een reanimatie waarbij de buik van het kind volledig opzwelt maar zijn ademhaling niets verbeterd. Dan ben je gewoon alle lucht in de maag aan het blazen, maar dat snappen ze niet. Ook geven zij voor elke 2 beademingen 2 hartmassages. Terwijl die 2 beademingen gevolgd moeten worden door 30 hartmassages, en dit enkel wanneer er geen hartslag meer is. Hier geven ze zelfs hartmassage wanneer het kind perfect zelf een hartslag heeft, maar de saturatie (ademhaling) faalt. Onzinnig, en compleet onnodig, maar je kan het hen niet wijsmaken. Door dergelijke situaties heb ik al twee kinderen zien sterven. Het schrijnende is vooral hoe onsteriel ze met alles omgaan. Weinig tot geen ontsmetting, wat dus regelmatig voor bloedvergiftiging zorgt. Een van de grootste problemen hier waar kinderen aan overlijden. Ik ga veel in Malawi missen, maar het werken in het ziekenhuis echt niet. Ik ben waarschijnlijk ook met de verkeerde instelling beginnen werken, in de hoop een verschil uit te maken. Maar het is absoluut niet mogelijk mensen te redden omdat je geen 24/7 kan werken, en als je er niet bent doen ze het toch terug anders. Ik heb hier ook geleerd zaken van me af te zetten. Als elk kind dat je hier verliest een indruk op je maakt dan hou je het hier niet langer dan een week vol. Je leert het van je afzetten, hoe cru en ongevoelig dat ook klinkt. Anders ga je er mentaal aan onderdoor. Goed dus dit kan wel voorlopig eens de laatste update van de blog worden omdat ik niet weet hoe vaak we internettoegang gaan hebben op onze rondreis volgende week. We blijven nog wel even in Lilongwe, om onze studiebezoeken af te werken, en daarna zijn we op weg met rugzak en een valies Malawi gaan verkennen. Ik kijk er alvast naar uit!
permanente link

Week 5  gepost; woensdag 17 maart 2010 08:50

Zondagmorgen ben ik uit men bed gehaald door John Banana, de man die ik een week eerder ontmoet had. Hij was zaterdag al langs geweest, maar we waren net vertrokken. Hij had gehoopt nog wat van mij te horen in verband met de sponsoring voor de jongens hun trip naar het meer. Maar ik had een verkeerd nummer van hem, waardoor geen van mijn berichten zijn aangekomen. We hebben dan nog heel de voormiddag gepraat, en ik heb hem dan nog wat gesponsord voor eten. Hij koopt Ncima voor een heel aantal straatkinderen. Met iets van een 5eur komen ze bijna een maand rond. In de plaats heb ik nog enkele kettingen gekregen, gemaakt door de straatkinderen. Prachtige dingen! We hebben ook afgesproken hem te ontmoeten in Senga Bay, waar we volgend weekend dan wel zouden naartoe gaan. Ik heb hem ook beloofd al mijn gerief dat ik niet meer mee naar huis neem hier te laten, zoals lakens, enkele tshirts, handdoeken, … We zitten nog maar bijna (eigenlijk AL bijna) in de helft en ik besef al niet eens meer dat ik in Afrika ben. Je wordt het hier echt snel gewoon, de aanpassing vergt minder inspanning dan ik had gedacht. En ik voel me hier nu opperbest eigenlijk, dat ik denk dat ik het hier nog heel erg hard ga missen. Het leven is hier zo ongecompliceerd dat ik mij soms vragen stel bij hoe druk het thuis wel is. Misschien dat ik daar ook maar eens iets aan moet doen. Ik mis thuis wel, ouders en broers, grootouders en familie en vrienden. Ook sporten, zoals wekelijks een aantal keer volleyballen, en mijn muziek, zowel de band als de fanfare. Alles mis ik wel. Maar om heel eerlijk te zijn denk ik al wekenlang dat ik hier wil komen wonen. Ik wil echt niet weg, en het zal zeker niet de laatste keer zijn dat ik op Malawiaanse bodem ben. Iedereen hier is wel serieus verliefd geworden op Malawi. Prachtig land waar alles zo kalm, relax en simpel is. Ik denk dat de zwaarste heimwee naar dit land zal zijn, hoe graag ik ook in Casa Mama woon. Het is zo makkelijk je hart hier te verliezen. In de namiddag zijn we naar de stad gestapt (kleine 50min jawel! We doen hier zeker iets aan de conditie) om een zwemgelegenheid te vinden. Dat is dan ook gelukt in de lokale sportclub. Een namiddag met zen viertjes aan het zwembad, en dan een goede pepersteak met frietjes. Het leven kan toch heerlijk zijn! Jammer dat het weekend zo snel voorbij gaat. Morgen weer een nieuwe week, en dan sta ik met Sarah in de ‘Under-5-clinic’. Ben eens benieuwd of we genoeg werk gaan krijgen met zen twee. Maandag: DRUK! Ik kan het niet anders omschrijven. Er lopen op de Under-5-clinic, waar anders zo’n drie verpleegkundigen zitten en een handjevol clinical officers nu maar liefst 2 dokters, 4 clinical officers, vier verpleegkundigen + 2 nieuwe Spaanse verpleegkundigen. Allé, nieuw, ze zijn hier vorig jaar al een paar maand geweest, dus ze kennen de routine wel. En ze brengen ook een Spaanse dokter mee. En dan nog wij twee, alles op iets minder dan 36 vierkante meter. Plus een hele meute brullende en spartelende kinderen, het was mij de dag wel ja. Het is dan ook vechten om een techniek te kunnen uitvoeren of alleen al maar een kind te kunnen bezichtigen. Hopelijk blijft dit niet heel de week zo! De rest van de week was saai dus daar ga ik niet veel over vertellen. Ik heb een goede sinusitis gehad, hoogstwaarschijnlijk door het zwemmen in het water dat niet zo’n hoog chloorgehalte kent als in België. Dat was dus wel niet zo tof, aangezien dat serieus wat hoofdpijn en koorts kan opleveren. Maar goed ik heb het gehaald. Normaal gezien kwamen donderdag de twee andere jongens die nog drie weken bij mij zouden wonen. Maar ze lieten niets van zich horen, en zijn pas vrijdag toegekomen. Toen waren wij al vertrokken voor een weekendje Senga Bay. Dat is een prachtig stukje ‘kust’ bij Lake Malawi. Het is de dichtstbijzijnde strandplaats bij Lilongwe, zo’n 60km verderop. We besloten vrijdagnamiddag te vertrekken, nadat ik een les healthcare en wondzorg gegeven had aan de leerkrachten. Ik had een bundel opgesteld over eerste hulp bij ongevallen. Dus hoe en wanneer je een kind moet reanimeren. Alsook de meest voorkomende wonden waar hulp bij verleend moet worden. De leerkrachten waren mij hier zeer dankbaar voor, en voor de 20 aanwezigen laat ik een boekje maken waar die les in uitgeschreven staat in mijn beste Engels. Omdat het tijdens de lunch was had ik gezorgd voor versnaperingen en wat Sobo. De lokale limonade, al drinken leerkrachten (eigenlijk gewoon iedereen) wel liever een goeie pint. Of iets met alcohol in althans. Het overgrote deel van de Malawianen zijn wel een vorm van alcoholiekers. Helaas gaat dan een groot deel van hun niet zo grote loon daar naartoe. Maar goed, we gaan dus naar Senga Bay in de namiddag. Een van de bewakers van de school gaat met ons mee naar de busstop. Toch wel een 30min stappen op een broeierig hete dag. Het is ruimschoots boven de 30° geweest. Op de busstop stonden bussen vlak naast elkaar geparkeerd, hoe ze er nog uitgeraakten is een wonder. Ze rijden hier wel als gekken, maar ze weten wel wat ze doen. Als hij ons de juiste bus had gevonden eventjes onderhandelen over de prijs. En voor 490K -> 2.30eur zaten we op de bus. Best nog wel comfortabel, behalve dan de hitte in de bus. Alle raampjes stonden open, maar airco was er niet aanwezig, waardoor het op een sauna leek zonder afkoeling achteraf. Ik heb makkelijk anderhalve liter water verloren in dat halfuur stilstaan. Want een bus vertrekt hier pas als hij helemaal vol zit! Met de handdoek in de hand om een constante zweetveeg te doen en een doorweekte T-shirt gingen we op weg. Anderhalf uur rijden tot in Salima, waar constant verkopers naar de bus lopen en kolen, drank, bananen en limoenen in de lucht stoppen zodat wij ze door de raampjes konden aannemen en betalen. Echt grappig wat die allemaal kopen op zo’n anderhalf uur ritje. Tot tandenborstels en tandpasta toe! Eenmaal in Salima aangekomen moeten we nog wel een 15km tot in Senga Bay. Het was dan al valavond aan het worden, en op zich voelden we ons niet echt zo op ons gemak. Malawi is nu wel redelijk veilig, maar vier toeristen met een reusachtige rugzak in een busstop met valavond…je moet het nu ook niet gaan uitdagen. Het probleem was dat de bus naar Senga Bay dus nog moest komen, maar niemand ons kon zeggen wanneer. Dus hebben we onze stoute schoenen maar eens aangetrokken en het lokale transport gebruikt. Een truck met een grote laadbak, waar wij dus in gepropt worden met nog veel andere Malawianen. Wat je in de films ziet, dat ze soms met twintig op een vrachtwagen zitten, wel dat was dus hier ook zo. Wij hebben ons maar neergezet in de bak, want rechtstaan kan dodelijk zijn voor een Azungu. Om eruit te vallen moesten we niet veel schrik voor hebben, daarvoor zaten we te hard op elkaar gepakt. Toeval wil dat we net op dezelfde moment in die busstop twee Belgische meisjes tegenkwamen, Kathleen en Lies. Zij waren ook een uitstapje naar Senga Bay aan het doen, en hadden er al een lange rit opzitten uit Ponela. Voor Lies was het de laatste dag, zij voelde zich niet goed in Malawi en keert terug naar huis. Jammer, maar dit belooft wel een mooie afsluiter te worden. Na een ritje van een halfuur in de overvolle, toch wel vrij hard aan de billen, roestbak komen we aan in Senga Bay. We worden daar opgevangen door een aantal locals die ons de nieuwe Maiwai lodge laten zien. Zeer mooi plekje vlak aan het meer, op nog geen 6m van het water. Er is voor ons een lodge beschikbaar voor 6 personen (komt weer prachtig uit, ik met mijn vijf vrouwen, gigidi!) en met airconditioning en douche/toilet in de kamer. Vetjes dus! We voelen ons al meteen thuis. Het is al wel donker als we aankomen, maar daar trekt niemand zich wat van aan. Nog een beetje nachtzwemmen en kennismaken met elkaar, want we kennen Kathleen en Lies nog niet bepaald goed. Daarna eten we nog een Malawiaanse maaltijd door de kok klaargemaakt, en gaan we sterren kijken op het strand met wat gitaar erbij (ohja, ze hebben hier een gitaar, EINDELIJK!). Zoveel sterren zie je in België nog niet op de helderste zomerdag. Je kan een gans melkwegstelsel observeren. En met het kabbelende water is het nog eens zo goed. Een heerlijk ontspannende avond na het drukke Lilongwé. Hier is iedereen zijn hart wel verloren denk ik. Zaterdag gaan we met de locale tourgidsen mee naar Lizard Island. Met de boot zo’n tien minuutjes varen. Een eiland vol rotsblokken en overwoekerd door planten en bomen. Ideaal dus voor hiking. We klimmen naar de hoogste toppen en maken overweldigend mooie foto’s van de hele baai. Een uitzicht van een heel aantal kilometers, en in de verte zelfs Mozambique. Prachtig is het hier. Wanneer we terug naar beneden gaan om een duik te nemen glij ik op het laatste moment uit en snij mijn hand en voet open, om nog niet te vergeten dat ik daardoor in het water val en mijn digitale camera in mijn zak zat. Nu werkt deze dus niet meer (sorry mama en papa). Ik ga hem wel proberen laten herstellen, want laten drogen had blijkbaar niet veel zin. De trip was wel geslaagd maar voor mij was het een pechdag. S’avonds ben ik ook nog in een stuk glas getrapt waardoor ook mijn andere voet openlag. En mijn strandslippers zijn verdwenen zodat ik geen schoeisel meer had. Als er dan eens iets tegenzit zit het ineens allemaal tegen hé, typisch! Vanwege tekort aan schoenen en omdat ik nog maar half aan elkaar hing heb ik maar nee gezegd tegen het marktbezoek van zondagmorgen. De dames hebben veel leuke hebbedingetjes gekocht, zoals Chitengé’s, kettingen, oorbellen … en ons Inne heeft zowaar een Afrikaans vlechtenkapsel laten maken. Mooi hoor, precies een echte inlandse. We beginnen ook hoe langer hoe bruiner te worden. Een paar van ons zijn al abnormaal donker, ga goed afsteken tegen al die bleekscheetjes als we terug thuiskomen! En we hebben geluk, want rond de middag gaan de eigenaar van de lodge en zijn vrouw met hun vrienden (die daar op die moment ook zijn) gaan scubadiven aan het eiland. En we mogen gratis mee (joepie). Inne en Sarah gaan nog eens hiken en doorkruisen het halve eiland op blote voeten, om dan een gevaarlijke sprong in het water te wagen. Maar ze leven nog. Ik pas vriendelijk met mijn opengesneden voeten en blijf met Dorien wat rondhangen bij de duikers. Ik mag zelfs eens mee naar beneden met een reserveontspanner. Ze leren mij hoe je moet ademen en er is daar prachtig leven vanonder. Allerhande kleuren visjes, de grappigste eerst. Echt mooi. Daarna nemen ze ons nog met de boot mee naar de aangrenzende baai waar we normaal gezien nijlpaarden en krokodillen kunnen terugvinden. Op nog geen 2km van waar wij zwemmen hé !!! Maar volgens hen komen ze nooit uit die baai, dus geen zorgen. Er is toch nog nooit een geval van touristis-got-eatenis bekend in dit deeltje, dus ik maak me geen zorgen. Het water is hier trouwens overdreven warm. Nooit onder de 22° en nu ruimschoots 28° warm! Echt zalig, alsof je in een verwarmd zwembad rondplonst. Er wacht ons maandagmorgen wel een verrassing, als we thuiskomen. Blijkbaar zijn de twee jongens dit weekend toegekomen, en is er achter onze rug beslist dat de meisjes wegmoeten in de Golden Gate Memorial School. De jongens hebben al hun intrek genomen. Dat vond Kwasa blijkbaar niet nodig om ons te laten weten, aangezien we dezelfde week nog te horen kregen dat we gewoon konden blijven. Ook Mister Sambo was niet op de hoogte gebracht, en wou niet dat ik vertrok. Omdat ik een beetje aan het koken was vanbinnen van die gebrekkige organisatie hier heb ik dan eens rondgebeld en nu krijgen we nog een dag uitstel. Waarschijnlijk zal ik morgen wel moeten verhuizen, waar ik totaal geen zin in heb. Ik snap nog steeds niet hoe mensen zelfs niet de moeite kunnen nemen een telefoon vast te nemen en ons te verwittigen. Zowel de school (Golden Gate) die de beslissing maakte, als Kwasa die voor onze huisvesting zorgt kon blijkbaar de moeite niet opbrengen dat even te laten weten. Pittig detail, hier staan twee bedden, maar er moeten drie meisjes komen logeren. Als je dan vraagt hoe dat opgelost kan worden: ga naar de markt en koop een matras, wij betalen die wel terug, hier of in België. En hoe worden wij verondersteld met die matras daar te geraken? Op ons hoofd heel de stad door? Zo geïntegreerd zijn we nog net niet. En een taxi was een ander idee, maar daar geraken we nooit in met een matras. Om nog maar te zwijgen over de spotprijs waarvoor we er eentje moeten vinden. Hier is het laatste woord zeker nog niet van gezegd, want ik kook nog steeds een beetje vanbinnen. Ook al is het ondertussen al avond. Kwasa zijn leuke mensen, maar van organiseren hebben ze geen kaas gegeten, sorry! Ik had voor een aantal mensen, waaronder mezelf, een Chambo meegebracht, de lokale en zeer gegeerde vis van Lake Malawi. Deze dan ook vanavond klaargemaakt en het was echt lekker! Ik heb hem zelf gekuist en klaargemaakt, en ik moet zeggen het is heel goed gelukt. Een geluk dat ik een scherp mes heb meegekregen, anders had dit een lastige taak geweest. Goed ik ga slapen, morgen alweer een werkdag. Vandaag moeten de meisjes dus verhuizen. Agnes heeft voor hen een verblijf geregeld bij vrienden van haar. Wel redelijk klein, maar lieve mensen die hen met veel plezier ontvangen. Moest dit niet gaan, kunnen ze nog steeds naar Shareworld komen, en dan verhuis ik. Dat heb ik met de jongens toch gedaan gekregen van Mr. Sambo, na lang overleggen. Maar voorlopig wil hij alles laten zoals het is, anders moet er alweer een verhuis plaatsvinden. Vandaag heb ik nog een niet zo prettige situatie meegemaakt. Een moeder komt de Under 5 clinic binnen met haar overleden kind. Zeer moeilijk, en ik wist niet zo goed wat te doen. De verpleegkundigen vinden het blijkbaar al een halve routine, hoewel je ook ziet dat het hen wat doen. Maar als je je alles zo hard aantrekt als ik nu doe hou je het hier ook geen jaren vol denk ik op deze afdeling.
permanente link

Week 4  gepost; woensdag 17 maart 2010 08:48

Na het beëindigen van mijn twee weken op HDC zeiden ze dat ze me gingen missen. Ik heb hen dan ook beloofd nog af en toe eens langs te komen, en daar ga ik mij dan ook aan houden! Kan ik af en toe eens komen checken hoe ons Inne het ervanaf brengt. Dit wil dan ook zeggen dat ik de volgende week in de Under-5 clinic zal werken. Dit heeft niet zo’n goede naam, heb ik ook al van de dokters gehoord, collega verpleegsters en mijn klasgenootje die er al twee weken stond. Maar goed, we beoordelen de dienst pas als we er staan hé. Nu is mijn grootste zorg een onderwerp vinden voor mijn scriptie. Ik heb al aan alles gedacht, maar het is heel moeilijk om hier een onderwerp te kiezen dat enkel verpleegkundig is, aangezien het verpleegkundig werk hier vrij beperkt blijft tegenover België. Ik denk dat ik voor longproblemen bij AIDS-patiënten ga gaan. Dit is namelijk een groter probleem dan je zou denken, aangezien hier een hoog AIDSpercentage is, worden veel kinderen met HIV geboren. Dit geeft op jonge leeftijd al enkele problemen zoals malnutritie, verlaagde tot volledig verdwenen afweersysteem, bloedarmoede en uiteindelijk dodelijke infecties of het stoppen met ademen. Een goede verpleegkundige zorg kan de kansen voor het kind goed doen keren, maar dit is heel erg moeilijk in Malawi. Mijn opdracht kan gaan over hoe het kind te verzorgen om het optimale kansen te geven, ook al is dit hier vaak niet mogelijk. AIDS genezen kan je uiteraard (nog) niet, maar een goede opvolging in combinatie met juiste verzorging en medicatie kan wel de doorbraak van de ziekte aanzienlijk tegenhouden. Helaas wanneer een kind op HDU arriveert met longproblemen is deze vaak ten dode opgeschreven. Daar liggen nu eenmaal enkel de allerzwaarste en ernstige gevallen, en eenmaal zo ver is het heel moeilijk terug te geraken, zeker bij een verzwakt kind. Maar goed, nieuwe week, nieuwe ervaringen. Malawi is zowel mooi als verschrikkelijk. Het contrast is nergens zo goed te zien als hier. De sloppenwijken met daarnaast een zwaarbewaakte ‘villa’ van een welgesteldere Malawiaan. Of de school waar de dames logeren, een mooie school, prima verzorgd in het midden van een buurt met aftakelende lemen hutjes en mensen zo arm als de straat. Toch begroeten de mensen ons regelmatig, uit nieuwsgierigheid, vriendelijkheid of gewoon om wat los te krijgen. Het is moeilijk te beoordelen wie al dan niet goede bedoelingen heeft. Maar over het algemeen valt het hier nog goed mee, het warme hart van Afrika is wel waar, al is het hier momenteel niet overdreven warm. We hebben vandaag een goede dag gehad, veel zon, met een avondonweertje. Over het algemeen regent het hier echt meer dan ik verwacht had, maar misschien maar goed ook want dat maakt de nachten heel wat draaglijker. Ik word het ook al goed gewoon te slapen onder mijn muggennet en in een bed dat eigenlijk een tiental cm te kort is voor mij. Alleen aan het nachtelijke lawaai, de zwermen krekels en de moskeetorens die om 4.30u hun gebed beginnen afroepen zal ik wel nooit wennen. Zaterdag zijn de dames op bezoek geweest, in een laatste poging dat we dat draadloze internet konden hacken. Niet gelukt … het zou allemaal zo goed gaan moest ik mijn programma’s kunnen afhalen, maar tegen een snelheid die nog net de oude telefoonlijnsnelheid van tien jaar geleden in België niet haalt is dit onmogelijk. Het zou anders wel leuk zijn om hier ook wat internet te ontvangen, want telkens in het ziekenhuis inloggen beperkt aanzienlijk onze tijd. En de helft van de tijd werkt dat ook niet. Maar nog steeds beter dan de brollijnen in bijna elk internetcafé. Zondag gingen we normaal gaan zwemmen. Maar dan kwamen de kleindochters van Miss Matinga vragen of we geen zin hadden om naar een live jazzband te gaan kijken in ‘The Chameleon’, de lokale band die daar elke zondag speelt. Aangezien niemand van ons goed wist waar (en of) we konden zwemmen zijn we maar meegegaan. Eerst niet bij iedereen met de volle goesting, maar dat is snel omgeslagen als we daar in een redelijk chique en best wel fijn etablissement terechtkwamen. Live ‘English Football’, waar dan ook heel wat fans naar keken, maar wel heel wat stiller dan bij ons in België. Ze keken meer dan ze de scheidsrechter aan het uitschelden waren dus. Best wel een fijne namiddag/avond waar we weer heel wat nieuwe mensen leren kennen hebben. De dames hebben als het ware de mannen van zich moeten afschudden. Het zijn hier nogal smoothtalkers met een niet te versmaden charme. Gelukkig heb ik daar allemaal geen last van, de dames hier zijn niet zo ‘in-your-face’ als de boys. Het vervelende is ook wel dat de meeste knappe Malawiaanse dames wel serieus bezet zijn (even een GRMBL onderdrukken). We leren de vrienden van de kleindochter van Miss Matinga kennen, alsook hun vrienden. Blijkt dat een van hen ook in het ziekenhuis werkt, met name UNC, het project dat AIDSproblematiek in Lilongwe in kaart brengt. Hij belooft mij eens de cafetaria te laten zien waar ze typische Malawiaanse maaltijden hebben. Dat zie ik dan ook heel goed zitten, aangezien ik tot nu toe enkel maar Belgische kost gemaakt heb met Malawiaanse groenten. Maandagochtend, veel te vroeg na ons uitgaansavond van gisteren. Met pijnlijk slapende ogen en met dikke tegenzin vertrekken we allemaal om 7u richting ziekenhuis. Elke dag dit traject te voet is volgens mij wel positief voor uw conditie en beenspieren hoor. Ieder krijgt vandaag een nieuwe dienst. Wat Inne had gezegd blijkt te kloppen, verpleegkundigen lopen hier dus pas rond 8.20u binnen… dan zit ik hier al lekker bijna een uur te zitten. Mijn dienst is extreem druk, al van smorgens vroeg staan er rijen aan te schuiven om zich te laten checken. Allé, lees moeders met hun kindje op hun rug, al dan niet doodziek. Deze mensen worden door een dokter of ander ziekenhuis doorverwezen naar ons ziekenhuis en dan door middel van selectie (triage) toegewezen aan ofwel ‘non-urgent’, ‘priority’ of ‘emergency’. Onze dienst, een kotje van 8-4m met vier onderzoekstafels is de emergency. Hier komen de kinderen die dringend hulp nodig hebben. Helaas gaat niet altijd hier even dringend. Normaal zijn er drie clinical officers aanwezig die het initieel onderzoek doen en het inschrijvingsformulier opmaken voor een eventuele opname op een van de diensten. De verpleegkundigen voeren handelingen uit zoals bloedname, HIV check, bloedsuiker meten, infuus prikken, inspuitingen geven, … Het werk hier bestaat vooral uit routinehandelingen. Ik kan al van de eerste dag heel wat observeren en hier en daar al een ‘canula’ inbrengen, dit voor een infuus op aan te sluiten. De medicatie klaarmaken lukt ook al goed, aangezien ze daar allerhande bereidingslijsten voor aan de muur hebben hangen en het dus vrij duidelijk is. Enkel lastig is dat alle moeders Chichewa spreken en zelden of nooit Engels. Ik kan dus niet helpen bij de opname of bij het oplossen van vragen. Ik moet dus ook altijd wachten tot een van de verpleegkundigen of clinical officers mij een opdracht geven. Vandaar dat ik vaak tien keer moet vragen ‘mag ik dit doen, kan ik dat doen, laat mij dat doen …’. Vervelend wel na een tijdje, maar ik kan hier wel heel veel technieken oefenen. Helaas is deze dienst vrijwel waardeloos om mijn scriptieonderwerp verder uit te werken. Vandaar dat ik hier ook maar 1 week ga doen denk ik. Het was een drukke dag, met veel geween, lawaai, drukte. Een totaal verschil tegenover het relatief rustige HDU van de vorige weken. Maar op zich heb ik dat wel graag, zo een beetje stress en lawaai. Dan weet je tenminste dat je leeft! Dinsdag was het een extreem rustige dag. Omdat het nog met vlagen regende waren er ook bemerkelijk minder patiënten. Daar heb ik dan gebruik van gemaakt om er even een halfuurtje tussenuit te knijpen en mijn vriend in UNC gaan opzoeken. Hij vertelt mij wat over zijn werk, en vraagt wat over het mijne. En hij belooft mij vanavond naar huis te brengen, dus stappen zit er al niet in vanavond (joepie). Ik doe nog een poging om wat te internetten, maar dat is hier vrij hopeloos is mij al meerdere keren opgevallen. Na het werk krijg ik een lift naar huis. We stoppen nog even bij de UPC, de lokale supermarkt, en ik trakteer mijn driver op een Carlsberg biertje. Ik laat hem mijn verblijfplaats eens zien en we praten wat over het Malawiaanse en Belgische leven. Hij nodigt mij ook uit om morgen zijn huis eens te komen bekijken, waar hij met zijn broers woont. Het is heel duidelijk dat ik hier met iemand van de rijkere Malawiaanse bevolking te doen heb. Zijn moeder is de ‘head matron’ in Baylor, een groot en hypermodern centrum voor AIDSbegeleiding net naast het ziekenhuis. Ze wonen ook in de betere buurt van Malawi. Het enige vervelende dat ik moet opgelost krijgen op een subtiele manier is zijn naam te weten komen. Hij heeft hem wel gezegd, maar hij had duidelijk een naam die ik niet kon koppelen aan een voorwerp om het makkelijker te onthouden. Maar goed, ik ken mijn sociale truukjes om zulke dingen los te krijgen. Hij vertrekt om 18.30u, en dan kan ik eindelijk aan mijn eten beginnen. Want DAT is het belangrijkste van mijn dag. Woensdag 3 maart, een feestdag in Malawi. Dit betekent ook dat we maar een halve dag moeten werken vandaag. Hier ben ik helemaal niet rouwig om! Normaal gezien ging ik vanavond naar mijn vriend van wie ik de naam niet ken, maar dat zal nog even moeten wachten. Hij was namelijk van plan eens de pub te bezoeken, en dat kan ik mij helaas vandaag niet permitteren, aangezien ik nog een was moet doen (een nogal wilde kleine heeft mijn heel pak vol bloed gesmost). Maar normaal gezien morgenavond, aangezien vrijdag onze vrije dag is, gaan we een pubke doen. En de dames gaan mee heb ik daarnet begrepen. Het is hier vandaag ook voor het eerst terug echt goed weer. Fris briesje, open hemel sinds deze middag en vollebak zon. Dat krijgen we straks waarschijnlijk wel weer terug door een fikse regenbui, maar daar maak ik mij nu nog niet druk om. Ik ben ook blij dat ik gisteren een veel te grote hoeveelheid heb gekookt en nu gewoon de potjes maar hoefde open te doen en mijn bord vol te scheppen. Mijn rijst met worst en aubergine-tomaatsaus gaat nog bekend worden. Zeker nu ik in de winkel currypoeder heb ontdekt. Heel lekker op de rijst! Maar dus over vandaag niet zoveel te melden. Donderdagochtend was ik nog maar een paar minuten aan het stappen naar het ziekenhuis als er uit de zijstraat een ambulance kwam gereden. Allé, ambulance, een jeep waar ‘Ambulance’ opstaat, met een zwaailicht en die vooral voor verpleegkundigen te vervoeren in gebruik is. Maar ze waren toch zo vriendelijk te stoppen en mij te vragen waar ik heen ging. ‘I’m going to the hospital’, ‘OH we’ll give you a ride’ was het antwoord. Vet hoor! Met de ambulancejeep gebracht worden. Ik krijg hier hoe langer hoe meer liften me dunkt. Niet goed voor de conditie die ik terug in orde wou krijgen. Voor de rest was de voormiddag echt rustig. Vanwege de feestdag en de zware regenval deze ochtend waren er niet zoveel patiënten deze morgen. Dus het eerste anderhalf uur heb ik dan maar wat met de verpleegkundigen gepraat, en wat meer over het leven, het ziekenhuis en Malawi zelf te weten te komen. Voor de rest heb ik mijn voormiddag gevuld met infusen aanleggen, een aantal bloednames en hier en daar een clinical officer bijstaan. Best wel een interessante dienst hoor, al is het een groot rommelkot en een enorme puinhoop met momenten. De technieken zijn wel zeer stereotiep, maar kunnen bijna constant geoefend worden. Ik ga hier nog vertrekken als een eersteklas-bloedprikker! En van eersteklas bloedprikkers gesproken, muggen heb ik hier ook nog maar heel weinig last van gehad eigenlijk. Ik zal er maar blij om zijn en niet te hard op roepen, maar tot nu toe houden ze zich koest. Ik heb er wel al duizenden op en rond mijn hoofd, armen en benen gehad, maar prikken doen ze tot nu toe niet. Toch blijf ik braafjes mijn malariapillen innemen, die overigens al heel wat minder bijwerkingen hebben dan in het begin. Toen sliep ik er slecht van, hoorde en zag dingen die er absoluut niet waren en kreeg af en toe eens een hyperventilatie-aanval. Het gaat denk ik heel moeilijk worden om terug aan te passen aan de Belgische levensstijl. We zitten hier nu welgeteld 26 dagen en ik ben het Belgische gejaagde, stipte en punctuele leven al niet meer gewoon. Ik dacht dat ik in België soms al eens te laat kwam… HA-HA, think again. Het leven hier is totaal anders, niets moet, alles mag. Kom je eens om 10u opdagen op je shift in het ziekenhuis, geen haan die ernaar kraait. Terwijl je in België je CV op het bureau kan terugvinden als je geen geldige reden hebt. Hier is ook alles zo relaxed. Niemand is gehaast, ze zien wel wanneer ze aankomen, geweldig toch? Just my kind of lifestyle. Alles is hier ook compleet stressloos, wat dan ook weer heel duidelijk te zien is aan de manier van leven. Veel hechte familiebanden, connecties met iedereen, mensen die elkaar nog helpen op straat. Laat het wel duidelijk zijn, je moet hier je plan kunnen trekken, men staat niet meteen met drie man te springen om je te helpen. Maar als er echt iets is zal iedereen ter hulp snellen, helemaal andes dan België. De mensen hier houden ook heel goed wood, als ze zeggen dat ze iets gaan doen dan doen ze het ook (weliswaar op hun eigen tempo maar goed, ze doen het tenminste). Wat mij ook is opgevallen, de bevolking is hier vaak arm tot zeer arm, en toch zijn die mensen ongelofelijk gelukkig. Zelfmoord is nergens zo laag als hier, waar het nog de slechtste situatie is in de hele wereld. En wij, die alles hebben, zijn vaak zo ongelukkig. Toch wel vreemd, niet? Vrijdagavond gingen we normaal met de kleindochter van Miss Matinga, Flaviana en haar ‘boyfriend’ (die ze gewoon haar beste vriend noemt, ik weet wel beter!) naar het meer. Die jongen zijn ouders zijn blijkbaar nogal rijk, en hij heeft een cottage in Senga Bay, de kortsbijzijnde locatie aan het meer vanuit Lilongwe. Maar helaas hadden zijn ouders het al aan iemand beloofd dit weekend, dus stellen we een week uit. Jammer, ik had er wel naar uitgekeken. Maar ter vervanging zijn we gisteren een avondje gaan fuiven in een discotheek niet zover hiervandaan. Ongeveer hetzelfde als in België met net iets meer airco’s, ventilatoren en mensen met heel wat betere dancemoves! Er was ook wel niet zoveel volk, waardoor rond 2u enkel nog Dorien en Inne op de dansvloer stonden, wel een grappig zicht. Maar het was een heel fijne avond. Rond 3.15u worden we buitengejaagd, aangezien we nog de enige klanten zijn met ons gezelschap. Ik denk ‘yes, eindelijk mijn bed!’, aangezien ik al van 7.30u op was. Dat was buiten Flaviana en de girls gerekend. Ze moesten persé nog ergens frieten vinden. Aangezien om 3.30u nergens meer iets open is zijn we naar een hotel gereden, het Sunbird hotel, en daar eventjes in het midden van de nacht binnengevallen om frieten te bestellen in het 24/7 restaurant. Speciaal voor ons hebben ze dus hun frietketel opgezet en frieten beginnen bakken, ongelofelijk. Wel een heel chique restaurant. Blijkbaar is Tiko, Flaviana’s ‘boyfriend’ bevriend met de manager van het hotel en kennen ze die daar al heel goed. Krijgen we nog een nachtelijke rondleiding naar het zwembad, waarna ze onze frietjes brengen en we eindelijk naar huis kunnen. Dit was echt wel een leuke nacht, maar ik ben stikkapot! Vandaag staat een uitstapje op het programma, nog geen flauw idee naar waar, maar Flaviana zei dat het iets heel mooi moet zijn. Een bergachtige streek, ik neem zeker mijn Kodak mee, zodat ik later de foto’s kan laten zien. Nu is dat vrij onmogelijk om iets geupload te krijgen aan deze snelheden. En morgen gaan we normaal gezien naar het dierenpark hier in Lilongwe, eens een kijkje nemen. Dit als alles volgens plan verloopt toch, want dat wil al wel eens last minute veranderen hier. Niet voor iedereen makkelijk om mee te leven. Dat gaat dus niet door vanwege vervoersproblemen, maar Tiko gaat ons meenemen naar het zwembad van het hotel dat we gisteren in het midden van de nacht gecrasht hebben. Om 4.30pm komt hij er dan eindelijk door. Organisatorisch talent hebben ze hier echt wel niet hoor. Hij was met de auto van zijn broer en heeft dus enkel mij en Sarah (die bij mij op bezoek was) meegenomen. De andere meisjes ophalen een kleine 5min verder ging blijkbaar niet voor hij zijn auto ging inruilen. Wat dus opleverde dat wij daar nog een uur alleen gezeten hebben en dan ontdekt hebben dat het spel daar sloot. Veel boze meisjes in Biwi, ten huize Golden Gate Memorial School, en ook Flaviana heeft Tiko goed onder zijn vijs gegeven. Allesinds hebben wij wel een uurke kunnen zwemmen, en niet tegenstaande de slechte organisatie was het wel eens verkwikkend. Wel jammer voor de thuisblijvers, zat er wat mee in.
permanente link

WEEK 3  gepost; vrijdag 26 februari 2010 15:44

Ok dan maar meteen ook een volgend verslag van week 3 in Malawi. Het uploaden gaat hier niet zo vlot, zoals je wel kan merken. De helft van de tijd ligt het internet uit, de andere helft is het heel traag of zijn de servers overbelast. Het is altijd wat. Wij klagen in België al wel eens, maar internet hier is een heel andere wereld, zoals bijna al de rest hier. Vandaar dus de trage updates, maar we brengen u weer wat nieuw leesvoer! Ons Dorien heeft zelf ook een blog, waar je dus meer van haar werk kan lezen. Zij zal niet schrijven op deze blog, tot nu toe ben ik eigenlijk de enige die hiermee bezig is, maar dat kan nog veranderen, als de ladies in een schrijfbui zijn of zo. Nu de eerste week was heel leuk, veel rondwandelen en ontdekken, onze buurt leren kennen, het Malawiaanse levensritme wat gewoon worden. Ik verzeker u wel dat het niet makkelijk is aan te passen. Het leven hier begint om 4.30u, en wanneer de duisternis valt is het voor ons tijd om te koken, en wat werk te verzetten. In het donker is het hier ook niet zo veilig, zelfs niet voor de iets welgesteldere Malawiaan. De straten lopen dan vooral vol halfdronken mensen en mensen met minder goede bedoelingen. Om eerlijk te zijn, dit weekend als we uitgeweest zijn, en de taxi ons door de ergste buurten bracht na 23u is het mij niet echt opgevallen, maar goed, we zullen (nog) maar niet te veel uitdagend werk uithalen hé. Of ons minstens een goeie nachtgids vinden. Goed dus deze week zijn we gestart voor onze tweede week stage. Deze week ging ook al iets beter op dienst, we beginnen het allemaal een beetje te kennen, en we moeten niet meer steeds als aasgieren naar werk zoeken. Als je meer zicht krijgt op het werk kan je hier heel erg zelfstandig werken, wat ik ook zoveel mogelijk probeer. Wat mij deze week wel vooral is opgevallen zijn positieve en minder positieve dingen. Allereerst, de verpleegkundigen worden zwaar onderbetaald, moeten lang op hun geld wachten en kloppen shiften waar wij nog niet aan zouden denken. Mijn sympathieke collega, Dave, klopte vandaag zijn vierde shift, wel zijn laatste. Dit wil dus zeggen een dag (7.30am – 4.30pm), een nacht (4.30pm – 7.30am), en nog eens net hetzelfde. Dat is dus 72u onafgebroken werk. Ik heb hem ook gezegd dat dat niet gezond is voor hem, en al zeker niet voor de patiënten, aangezien we op een intensive care werken en men zijn volledige gezonde aandacht erbij moet houden. Hij moet af en toe gaan zitten omdat hij dreigt neer te vallen. En nee, dit keer overdrijf ik echt niet. Hij legt uit dat er een enorm personeelstekort is, dat hij invalt voor een zieke collega en het geld echt nodig heeft. Wat hier wel mee gepaard gaat is dat de (meeste) verpleegkundigen hier op mijn dienst enorm traag en onverzorgd werken. Ik heb me al heel vaak geërgerd aan de snelheid waarmee ze een probleem oplossen. Als een kind een hartstilstand heeft ga je niet op je gemak eventjes handschoenen aantrekken, nog een babbeltje doen met de andere verpleegkundigen en dan aan je reanimatie beginnen. Dit is zo met alle problemen hier, spuiten bijvullen of alarmen nakijken gebeurt op een basis van ‘binnen de 10min’. Ondenkbaar in België! Hierdoor dat het dus ook vaak voorvalt wanneer er tijdens de nacht maar 1 verpleegkundige aanwezig is er veel kinderen sterven. Overdag gebeurt dit amper, omdat er dan meerdere zijn. Het onverzorgd gedeelte gaat dan vooral over simpele routinehandelingen. Luchtbellen uit een leiding halen wordt hier gedaan door ze gewoon naar de patiënt toe te flushen. Als je ze er dan op wijst dat dit gevaarlijk is en niet de bedoeling, dan knikken ze wel ja maar het ene oor in en het andere uit. Ik heb ook al geleerd dat om iets duidelijk te maken ik mij hier heel assertief moet tonen. Ik heb vandaag bijna 20min een uitleg gedaan van hoe je een infuuskraantje aan en uit zet, en nog snappen ze het niet. Daarna hebben ze een andere verpleegkundige dan om raad gevraagd, waarna die het hen dan nog eens compleet verkeerd heeft gezegd. Een geluk dat de dokters hier nog wel weten waar ze mee bezig zijn, daar probeer ik dan ook zoveel mogelijk mee te praten en overleggen. Het is wel zo dat ze in praktijk zeer goed zijn, maar geen theoretische basis hebben. Ze weten wel dat iets steriel moet (al doen ze dat HEEL vaak niet), maar hebben geen flauw idee dat door die open poort naar een bloedvat een sepsis kan plaatsvinden en de patiënt kan sterven. Dit zijn allemaal van die kleine dingen waar ik mij dan wel aan erger, maar helaas kan je er niet veel aan doen. Ik voer mijn technieken uit zoals ik ze geleerd heb, en dan kijken ze af en toe wel eens heel erg vreemd, maar ik leg ook altijd uit waarom ik dit doe. Ze weten ondertussen ook al dat mijn theoretische kennis wel een pak groter is dan wat zij weten, en beginnen mij met momenten al om raad te vragen. Dit is ook niet zo makkelijk aangezien ik niet alles weet van de problematiek hier, en dat de dokters in de eerste plaats de vragen van de verpleegkundigen moeten oplossen. Maar ze zien hier hulp vragen als iets schaamtelijk, waardoor ze soms foute dingen toepassen in de plaats van het gewoon te vragen. Het zou nochtans veel levens redden. Nogmaals, wie beweert dat Afrikaanse mentaliteit (en tijd) een fabel is, of een nogal racistische opvatting zit er helemaal naast. Het bestaat WEL, geloof je mij niet kom dan zelf maar eens een shift meedraaien! Maar zoals ik dus eerder zei, dit moet je zien in het licht van de werkomstandigheden, ze zijn niet gemakkelijk en zeker niet genoeg betaald ook niet. Voor dat geld zouden wij in België onze fiets (want daarvoor zou je echt geen auto kunnen kopen) niet eens opkruipen om naar het werk te gaan. Buiten werken hebben we deze week ook nog wel wat anders gedaan. Zondag was rustdag, dus zijn we naar de stad geweest voor wat inkopen en internetten. Voor de rest een rustige dag gehad. Woensdag heb ik de dames uitgenodigd voor een etentje bij mij. Simpelkes maar lekker! Steak met gebakken paprika, worteltjes, zoete pepersaus en gebakken patatjes! Gesmaakt heeft het zeker, een half Belgische kost. En ons dessertje appels en zoete broodjes. Het leven is hier zeker niet slecht. Het weer de eerste week was ook duidelijk geen voorspelling voor wat we erna gingen krijgen. Vorige week al enkele fikse buien, en deze week hebben we bijna alleen nog maar regen gehad. Niet zo fijn eigenlijk, enkel voor te slapen is het wel wat aangenamer. Maar nu zitten er ook dubbel zoveel muggen en andere insecten. Mijn muggenstick is ook al op, dus ik was in de lokale supermarkt zo een muggenafstootding gaan halen. Volgens mij betekent ‘mosquito repellent’ in het Malawiaans Engels eerder lokkend, aangezien ik nog nooit zoveel aantrek had van muggen. Brol! Maar zolang ik mij Lariam blijf slikken zit ik behoorlijk safe. Dit weer is ook niet goed voor het internet, aangezien dit zeer hard afhankelijk is van de weersomstandigheden en het wolkendek. Vandaar dat we dus niet bepaald veel hebben kunnen doen deze week. Ik heb ook nog steeds het internet dat ik in mijn kamer ontvang niet kunnen vastkrijgen. Er staat een code op, en niemand kan mij deze blijkbaar meedelen, of niemand weet er iets van. En hacken lukt niet, al onze laptops zijn te nieuw voor de programma’s die ik hier kan downloaden (5kbps … ik verzeker u dat zelfs 10MB een belachelijke 40min duurt om te downloaden!). Dus zal je wat langer moeten wachten op updates. Goed, ik heb net een heel lekker potje gekookt op aanraden van de dames. Deze hadden een heel goeie worst ontdekt in de UPC (soort kruidvat hier). Met goed wat rijst en gestoofde wortel, tomaat en ajuin is dat een heel lekker potje geworden. Maar aangezien het echt wel veel worsten waren heb ik van de helft balletjes gebakken (volgens mama’s recept), en die ga ik morgen opeten met appelmoes (volgens papa’s recept). Maar zoals ik al eerder eens zei, verhongeren zal ik hier zeker niet doen! Vermageren waarschijnlijk wel, we eten hier over het algemeen veel gezonder. Bijna geen boter of charcuterie, weinig vet en toch wel een 6km minimum die we per dag afleggen. Maar schrik dat je ons niet meer zal herkennen moet je niet hebben. Maar alles lukt hier heel goed, zelfs de was doen. Elke keer als ik de was doe op mijn ‘terras’ krijg ik enkele Malawiaanse fans die komen kijken hoe ik het ervanaf breng. En tot nu toe is dat al heel goed gelukt met een waspoeder dat ik hier ergens op de kop heb getikt. Mijn pakjes blijven mooi wit, ook zonder dash en wasmachine. Mijn terras (en snachts mijn kamer aangezien dit hier toch echt minder snel droogt dan ik had verwacht) wordt dan omgetoverd tot een waslijnenparadijs. Mooi hoor, zo een kamer vol kleding. En op de markt beginnen ze mij ook al te kennen, aangezien ik altijd mijn groenten ga halen bij de lokale marktkramers, mannen of vrouwen die twee of drie soorten groenten hebben uitgestald op een laken op de grond, krijg ik af en toe al eens iets extra bij wat ik vraag. Ik begin het hier heel leuk te vinden. In het begin was het meer aftellen naar hoelang ik hier nog moest zijn, en nu gaat het sneller dan ik eigenlijk wel zou willen. Je mag heel zeker zijn dat ik alles en iedereen thuis echt wel mis, maar het is hier echt wel heel fijn ook. Enkel het Chichewa zou ik nog moeten kunnen. 90% van de bevolking spreekt de taal niet, en durven (of willen) ook niet communiceren met de ‘Azungu’. Wel jammer, want veel mensen kijken je daardoor nogal raar aan. Dat voelt soms wel heel erg oncomfortabel aan. Maar dat wordt dan wel goedgemaakt door die Malawianen die ineens een praatje met je komen maken. Ik heb ook vandaag mijn nachtwakers een zak met twee kilo rijst cadeau gedaan, zodat die mannen ook eens goed konden eten. Want altijd die Nsima is het ook niet helemaal hoor. Degoutant goedje overigens, smakeloos en ligt zwaar op de maag. Maar ze eten dat hier nu eenmaal veel. Goed, ik weet niet veel interessant meer te zeggen, als ik dat al gedaan heb toch. Dus ik denk dat ik mijn bed inkruip en op mijn gemakje nog een filmke kijk alvorens te gaan slapen. Ik hoop dat ik morgen (vrijdag) alles kan uploaden en jullie van week 2 en 3 op de hoogte kan brengen. Greetz

permanente link

WEEK 2  gepost; vrijdag 26 februari 2010 15:39

ok, het is vrij stil geweest deze week nietwaar. Maar dat komt ook omdat we vanaf deze week gestart zijn met werken. Voor hen die nog steeds niet geloven dat verpleegkundigen ook werken in de plaats van koffie drinken, in Malawi is verpleegkunde ECHT wel werken! Onze eerste dag stage in het Kamuzu Central Hospital: Even beginnen bij het begin. Maandag hadden we dus onze eerste stagedag. We wisten niet meteen waar we aan begonnen aangezien de 'head matron' ons had gezegd dat we gewoon moesten komen en dan wel zouden zien. Zeer bemoedigend was dat wel moet ik zeggen. Maar goed, we gaan dus zoals brave studentjes naar het ziekenhuis (dat voor de meisjes eerst een kwartier stappen naar mij, en dan nog eens een dikke 20min stappen is, dus niet bepaald dichtbij). Eenmaal aangekomen vragen we toch nog even waar we terecht kunnen, en blijkbaar is de persoon die we moeten hebben, Miss Lucy, nog niet gearriveerd. Ok, even duidelijk zijn, Afrikaanse tijd bestaat niet ... officieel toch niet, toch is iedereen hier fameus te laat. Wij zijn de enige die om halfacht op onze dienst arriveren. De verpleegkundigen komen toe met momenten tot zelf 9u. Dat is anderhalf uur te laat! Ik moet wel zeggen dat ze ook veel langer werken dan 4u (wat het normale einde van hun shift is), maar dit gewoon omdat de verpleegkundigen van de late shift ook te laat komen. Ik begin zo te denken dat we hier iets minder stipt moeten zijn. Maarja, wij zijn dan ook de enige die ons boeltje pakken om 4u. Wat had je nu anders gedacht? Dus we komen aan in het hospitaal, netjes op tijd. We worden op een bankje gezet om even te wachten. Daar zitten we tot negen uur, wanneer we (na veel zeuren en zagen) toch de 'head matron' voor pediatrie te zien krijgen. Inne, Sarah en ik zijn dus al gered. Ons arm Dorientje nog niet, die moet wachten op de verantwoordelijke voor de algemene afdelingen. Het blijkt hier algauw dat we heel veel inspraak krijgen in ons uurrooster, en dat er eigenlijk ook niet zoveel controle bestaat. Een student zou zeggen 'we profiteren ervan', maar niet deze plichtsbewuste verpleegkundigen. Mijn rooster bestaat uit twee weken HDC, high density care, een soort intensive care voor kinderen. Je kan het vergelijken met een neonatologie in België. Hier en daar wat prematuurtjes, een heel erg ziek kind hier, een stervend daar...het is niet zo rozegeur en maneschijn hier. De verpleegkundigen doen het ook vaak met zeer onsteriele en nogal bruukse technieken. Hun vaardigheid is vaak zeer groot, maar hun theoretische kennis zeer klein. We worden dus maandagochtend gedropt in een lokaal in een groot modern gebouw, met airco en alles erop en eraan. Dit is blijkbaar BEPA, een centrum gesponsord door de Amerikaanse overheid waar toch redelijk wat onderzoek gedaan wordt en behandelingen plaatsvinden met dure medicijnen die op AIDS inwerken. Aangezien dit een groot probleem vormt hier, lijkt het mij wel interessant hier ook eens wat stage te lopen. Dit moeten we enkel nog gedaan krijgen, maar hoe mondiger je hier bent, hoe meer je gefixed krijgt. In dat lokaal zitten de pediatrische dokters, Clinical Officers (zoiets als verpleegkundigen die een spoedcursus geneeskunde kregen) en de clinicals officers in opleiding. Wij zitten daar dus als enige verpleegkundigen een beetje cool te wezen. Een vriendelijke dokter vraagt ons om ons even voor te stellen. Dat doen we dan, waarna hij meteen besluit dat Engels een officiële landstaal moet zijn in België. We leggen hem even uit dat dat niet zo is, maar dat wij gewoon supergoed zijn (grapje voor de mensen die dit niet doorhebben, zelfs al zijn we dan echt wel supergoed!). Na de briefing die in het Engels is (lees eerder Afrikaans Engels, met een heel zwaar accent, tussen hun tanden gesproken, nauwelijks verstaanbaar als je je niet geweldig goed concentreert of er achtergrondlawaai is) krijgen we van dokter Philip een rondleiding. Dokter Philip is een man die nu met pensioen is maar hier af en toe vrijwillig als dokter werkt na 20jaar in Malawi te wonen. Vrijwillig of tegen een hongerloon, ik wil ervanaf zijn, het is toch geen vaste dokter. Hij is in elk geval wel de slimste persoon die hier rondloopt. Hij laat ons elke afdeling waar we gaan staan zien en helpt ons meteen van de illusie af dat alles wat we hier gaan zien te vergelijken valt met België. Hij heeft dan ook overschot van gelijk. Er zijn vier wards: 1) children's ward B: wegens renovatie van die vleugel zitten ze nu ergens in een uithoek, en het is een enorme ravage. Iets kleiner dan een normale ziekenhuisafdeling die wij kennen, waar maar liefst 250 mensen verblijven. De kinderen liggen soms met 4 op 1 bed, zelfs onder het bed. Het is een chaos, met een geur die niet bepaald aangenaam is. Hoe mensen het hier uithouden, zowel de verpleegkundigen als de patiënten, is mij een compleet raadsel! Verpleegdossiers worden er niet gebruikt, dat zou ook onmogelijk zijn met zoveel kinderen. Iedere ouder moet het medicatieblad van zijn kind bijhouden. Nogmaals, het is een grote chaos! 2) children's ward C: hier heb ik nog niets van kunnen zien, maar dit zijn vooral de geopereerde patiënten en deze met gebroken armen en benen. 3) HDU: High Dependency Unit. Dit is wat wij de neonatologie noemen. Dit is nog de meest gespecialiseerde afdeling van het ziekenhuis. Omdat ze ook hun vleugel aan het renoveren zijn zitten ze nu in een uithoek van de volwassenen Intensive-Care. Ons plekje is enkel van de volwassenen afgescheiden door twee houten kasten met verpleegmateriaal in. Dit bij wijze van muur. Alle bedjes en couveuses (dit zijn er zeven, vijf bedjes en twee couveuses) staan krap naast elkaar. Dit is het laatste redmiddel voor de kinderen, en zelfs hier is de toestand erbarmelijk. Steriliteit is geen begrip op de afdeling, zolang je 'proper' werkt is het ok. De couveuses werken soms niet, of de temperatuurregeling is stuk. Nu ligt er een prematuur kindje (na 7maand geboren) dat altijd zeer lage saturaties haalt en het niet zo goed doet, al is het een vechtertje. Het probleem is dat de temperatuurregeling van de couveuse niet voldoende functioneert en de moeder het kind heeft achtergelaten na de geboorte, in een toilet in het ziekenhuis nog wel. Je kan het niet goed voorstellen, maar het gebeurt hier. Kinderen krijgen hier min of meer dezelfde (ruwe) behandeling als volwassenen. De pediaters zijn van opleiding wel goed, maar ze hebben geen verstand hoe ze met kinderen omgaan. Dit geldt over het algemeen ook voor de meeste verpleegkundigen. 4) Under-5-clinic: Dit is eigenlijk niet meer dan een kamer met een paar verpleegkundigen. Je kent de wachtrijen wel in een pretpark. Wel, hier is het net hetzelfde maar dan met zieke kinderen. Ouders met hun baby op de rug wachten tot ze gezien worden. Al dan niet vandaag, valt te zien hoe snel de verpleegkundigen vorderen. Vandaar worden ze doorverwezen naar huis of naar een afdeling, afhankelijk van de ernst en capaciteit. Op de HDC (intensive care) is het verpleegkundig werk nog vrij gespecialiseerd. Men doet hier veel meer met minder middelen. Zo kan men bloedafnames doen die in België enkel door dokters mogen worden uitgevoerd. De uitleg is dat er te weinig personeel is, en dat men wel moet. Hier liggen kinderen die te vroeg geboren zijn (dit gaat dan max om 2maand te vroeg, terwijl in België gemakkelijk tot 4maand te vroeg levensvatbaar is). Deze kinderen halen het jammer genoeg meestal niet, er zijn niet de medicijnen en de kennis om dit tot een goed einde te brengen. Verder liggen hier kinderen met Malaria, aidsproblematiek, tetanus en nog wat andere veel voorkomende ziekten. Het moet gezegd zijn, kinderen die hier liggen zijn DOODziek. Anders liggen ze elders, op een veel drukkere afdeling waar verpleegkundigen er heel wat minder tijd aan besteden. Het werk bestaat uit elke twee uur parameters opnemen (hartslag, zuurstofsaturatie, ademhalingsritme en temperatuur), waar ik dus al tot twee keer toe een leven mee kunnen redden heb. Verder worden er hier infusen aangelegd voor de rehydratatie en voedingstoediening van de kinderen. De medicatie en levensreddende handelingen behoren ook tot het takenpakket, maar verder gaat het hier niet. De typische taken zoals bedden verversen, kinderen wassen en eten geven zijn hier allemaal taken voor de ouders. Zijn zij er niet bij, pech, dan gebeurt het ook niet. De verpleegkundigen zullen dit niet doen, zelfs niet wanneer ze alle tijd van de wereld heb. Daardoor kreeg ik de eerste dagen wel het gevoel dat de mensen hier echt lui zijn. Ik heb leren aanvaarden dat het nu eenmaal de gang van zaken is hier, ouders moeten inbreng geven, aangezien het een niet-betalend ziekenhuis is met overheidssteun (wat je dus kan zien aan het tekort aan gespecialiseerd materiaal) verwachten ze dat de ouders helpen. Verpleegkundigen hebben meer een educatieve taak naar de ouders toe, ze zeggen hen of hetgeen ze doen al dan niet goed is en hoe het beter te doen. Wat mij ook al opgevallen is dat alles hier heel traag gaat. Als een kind stervende is gaat er in België een algemeen alarm en vliegt elke verpleegkundige die beschikbaar is op het probleem. Men stelt alles in het werk het kind te redden. Hier gaat alles rustig op het gemakje, mensen geven geen gestresste indruk terwijl ik met zware zweetpalmpjes een kind sta te reanimeren. Ik denk dat ze al te vaak kinderen zien sterven hebben om er nog echt met hart en ziel voor te gaan. Het is ook wel zo dat hier dagelijks zeven kinderen sterven in dit ziekenhuis. Iets dat je in België op een jaar meestal nog niet ziet. De toestand van werken is ronduit erbarmelijk, al heb ik op mijn gespecialiseerde afdeling nog redelijk wat ter beschikking. Twee couveuses, twee CPAP (zoek maar op als je het niet weet) apparaten, een aantal bedden, wat infuusstaanders, de gemiddelde medicatie (penicilline, pijnstillers, kinine tegen de malaria, diazepam voor de spierkrampen bij tetanus) maar daar blijft het wel bij. We hebben handschoenen ter beschikking maar materiaal zoals scharen en pincetten .... ik ben zeer blij dat ik mijn eigen materiaal bijheb! Bij Inne in de 'under-5 clinic' ligt het een beetje moeilijker. Hier komen ouders met hun kindje dat ziek is. Ze moeten vaak een halve dag wachten alvorens (even in de rapte) gezien te worden en met een diagnose naar huis te gaan of opgenomen te worden. Dit lijkt eigenlijk meer op een soort wachtrij voor een attractie in Walibi op een drukke zomerdag. Zoveel mensen die in dat kleine hokje moeten passeren, dat er nauwelijks een einde aan komt. Het is niet verwonderlijk dat sommige kinderen hier niet bepaald beter van worden, er is gewoon teveel werk voor te weinig mensen. En de werkethiek ligt ook niet bepaald hoog. Maar dat zou wel eens te wijten kunnen zijn aan de extreem lage lonen (voor de werkuren die de mensen moeten kloppen) en dat ze soms maanden moeten wachten alvorens betaald te worden. De middelen zijn hier beperkt, men roeit met de riemen die men heeft. Sarah staat op de Children's Ward B, DRUK is de beste omschrijving die ik hierover kan geven. Een afdeling van om en bij de 250 mensen, waar kinderen soms met 4 in een bed liggen, soms zelfs onder het bed om nog meer kinderen te kunnen leggen. Het is een wanorde en chaos van jewelste. Ouders moeten de medicatiedossiers van hun kinderen zelfs bijhouden en op tijd de medicatie komen halen. Niet verwonderlijk dat het hiet moeilijk is enige regelmaat in te brengen, probeer maar eens 250 mensen in een archief in te brengen. De afdeling is ook nauwelijks groter dan een pediatrie in België, ik zou zelfs durven zeggen nog de helft kleiner. Er zijn geen kamers, juist een grote zaal waar alle bedden staan. Nogmaals, chaos is de beste omschrijving die ik kan geven. Het is moeilijk in deze omstandigheden te werken, dat heeft Sarah ook al ondervonden! De technieken variëren hier van bloedprikken, tot transfusies, infusen, algemene zorg en medicatiebedeling. Je moet hier echt je werk zoeken, aangezien verpleegkundigen geen tijd hebben (of de tijd niet nemen) om je te begeleiden. Hier leer je zelfstandig te werken en wat assertiviteit te tonen. Dorien staat elke week op een andere dienst (wij ook maar dan om de 2 weken) en zij werkt met volwassenen. Op zich heeft zij wel meer technieken, zoals blaassondes en allerhande technische dingetjes, maar over het almgemeen mag zij ook weinig doen. Verpleegkundigen hebben er precies niet zoveel vertrouwen in en schrikken een beetje van onze steriele en propere oplossingen voor dingen. Ontsmetting is meestal niet nodig, naalden mag je gewoon op de bedden leggen, enz... We moeten hier heel goed opletten niet teveel technieken over te nemen, aangezien deze ons in België onze stage kunnen kosten. Ik moet wel zeggen dat ik hier deftig infusen heb leren aanleggen bij kinderen (wat NIET gemakkelijk is, zeker niet met de donkere huid waar je geen aders in kan vinden!). Ik denk wel dat ik voor ieder van ons spreek als ik zeg dat deze eerste week een shock was. Onder de middagpauzes heeft ieder van ons wel eens een 'mental breakdown' gehad waarop het even allemaal teveel werd. Hoe de verpleegkundigen met ons omgaan, hoe ze met de kinderen omgaan, hoe bruut en onverzorgd sommige dingen gedaan worden, hoe pijnlijk het is een kind in je armen te zien sterven...het zijn allemaal dingen die we hier meemaken nog maar in onze eerste dagen. Het belangrijkste is dat we blijven inzien dat we hier zijn om een klein verschil te proberen maken. Misschien net dat ene kind te redden met wat wij weten. Zo heb ik gisteren een kind kunnen redden na een lange reanimatie. Het kind had tetanus (hier nog ZEER vaak voorkomend) wat dus resulteert in zeer pijnlijke spierkrampen. Als het kind aangeraakt werd kreeg het een soort aanval van spiertrekkingen. Dit resulteerde deze keer in een hartstilstand van het kind. Blijkbaar leren ze hier niet de 2/30 regel, dus verpleegkundigen bleven maar beademen, terwijl gewoon het hart gestopt was. Wij hebben altijd geleerd dat de circulatie van het bloed, dus het bereiken van de hersenen belangrijker is dan de zuurstof zelf, aangezien de longen nog heel wat restvolume bevatten. Dus ik ben begonnen met hartmassage (30x) waarop twee beademingen volgen. In het begin waren de verpleegkundigen mij zeer raar aan het bekijken wat ik deed, maar van zodra het begon te werken leken ze er wel in te geloven. Na een reanimatie van bijna een half uur is het dan toch gelukt om het kind terug een degelijke hartslag en een goed ademritme te bezorgen. Dit geeft een goed gevoel, dan heb ik iets dat ik goed heb gedaan hier. Anders had dit kind hoogstwaarschijnlijk dood geweest helaas. Ik hoop dat als ik maandag terug naar mijn afdeling ga dat het kind nog leeft. Dat is momenteel mijn enige wens. Dit is een gratis ziekenhuis. Mensen hoeven niets te betalen, de gehele verzorging is gesponsord door overheidsgeld. Dit verklaart ook de erbarmelijke toestanden. we hebben onze ogen al goed de kost gegeven, en ik denk dat ik voor ons allevier spreek als ik zeg dat we compleet geschokt zijn hoe het hier aan toe gaat. Dit gaan zeven heel erg moeilijke weken worden, zoals we het niet verwacht hadden. Het is ook heel lastig om te communiceren, aangezien de meeste verpleegkundigen gewoon in Chichewa praten en het Engels een beetje achterwege laten. Enkel om met de arts te communiceren wordt het gebruikt of als ze echt zin hebben eens iets aan ons te vragen. Soms wou ik dat ik dat taaltje al snapte, helaas, het is echt een gebrabbel dat niet op Engels lijkt. Savonds had ik nog wat pasta met aubergine en worteltjes over, dus ik dacht laten we dat in een potje doen en morgen meenemen voor tijdens de middagpauze. Dat was buiten mijn vriend de muis gerekend. De muis is blijkbaar een rat (aan de vernieling te zien die hij aan mijn potje heeft aangebracht met zijn tanden). Mijn houseboy even opgedragen een goed pak vergif te gaan kopen en dan zetten we een paar vallen uit. Ik ben een dierenvriend maar ik slaap hier en ik zou hier wel graag in veiligheid mijn eten bewaren, dus ratten, you're going DOWN! Het zijn gelukkig geen reusachtige beesten, en zeer schuw. Dus dat is al een troost. En nog iets waar ik mij toch gelukkig over kan voelen, er zitten daar wel wat knappe Malawiaanse verplegers in de post naast mij (gigidi gigidi). Helaas zal ik daar maar twee weken staan, too bad. Gelukkig is het weekend voor ons even uitblazen. Na mijn was te doen, die vandaag wel enorm groot was precies, en mijn kamer eens goed uit te kuisen kreeg ik Sarah op bezoek. Zij moest er ook eventjes uit, wat uitblazen. Dan hebben we maar beslist deze middag gewonnen brood, oftewel wentelteeftjes te maken. Op een klein vuurtje, met nauwelijks de juiste ingrediënten is het ons toch gelukt. Hebben we hier gezellig met zen vier wentelteefjes gegeten. Dan zijn we naar de stad geweest, eens wat rondkijken of we wat cultuur konden opsnuiven, maar buiten winkels en enkele moskees (waar we blijkbaar niet binnen mochten en geeneens foto's van mochten trekken) zijn we naar een lekker Italiaans restaurantje (Mama Mia's, de naam zou het niet verraden hé?) geweest. Een goeie lasagna (of pizza voor sommigen) met een goed glas wijn. Lang geleden dat we ons nog echt eens ontspannen gevoeld hebben. Ik denk wel dat het ons allemaal eens goed gedaan heeft er eens uit te zijn. Het is leuk hier te wonen, doen wat de locals hier doen, maar soms wil je je ook wel terug eventjes een westerling voelen. Wel dit is vandaag heel erg goed gelukt. Het was een fijne zaterdag. Het was trouwens ook de eerste dag dat we na het donker nog buiten geweest zijn, weliswaar in een taxi maar goed, het is en blijft buiten en donker! Er is hier nog wel een redelijk bruisend nachtleven, als je er goed naar zoekt. Dat is iets voor volgende week om uit te proberen, want ik ben niet van plan hier nog zes weken binnen te zitten. Het is nu bijna 23u, ik zit nog steeds op men terras met men zelfgemaakte ijsthee in mijn hand, en heb een echt goed gevoel over vandaag. Ik hoop dat er nog veel van deze dagen mogen komen. Over en out vanuit Lilongwe.
permanente link
|

de balk openen
de balk sluiten

Je moet aangemeld zijn om een bericht te sturen aan dorieninnesarahenjaninmalawi

Je moet aangemeld zijn om dorieninnesarahenjaninmalawi aan je vrienden toe te voegen

 
Een blog starten